VVPRbis en liquidatiereserves: waarom betaalt u vanaf 1 juli 2026 meer?

1 juli 2026

 

Keert u als bestuurder regelmatig winst uit uw vennootschap uit? Dan doet u dat wellicht via het VVPRbis-stelsel of via een liquidatiereserve — twee gunstregimes waarmee kleine vennootschappen dividenden fiscaal voordelig kunnen uitkeren. Met de recentste Programmawet, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 1 juni 2026, brengt de federale regering beide regimes fiscaal dichter bij elkaar. Het gevolg: vanaf 1 juli 2026 betaalt u in beide gevallen meer roerende voorheffing, met een totale belastingdruk die oploopt tot 18%. Wat betekent dat concreet voor uw vennootschap en uw dividendplanning?

Ook liquidatiereserves worden duurder

Niet alleen VVPRbis wordt zwaarder belast. Ook voor liquidatiereserves stijgt de roerende voorheffing. Ter herinnering: bij een liquidatiereserve legt uw vennootschap winst opzij, betaalt daarop meteen een anticipatieve heffing van 10% en kan de reserve na een wachttermijn worden uitgekeerd tegen een verlaagd tarief.

Voor liquidatiereserves die zijn aangelegd voor boekjaren die eindigen vanaf 31 december 2025, bedraagt de roerende voorheffing na de wachttermijn van drie jaar voortaan 9,8% in plaats van 6,5%. Omdat bij de aanleg al 10% anticipatieve heffing werd betaald, komt de totale belastingdruk eveneens uit op 18%.

Voor oudere liquidatiereserves blijft een overgangsregeling gelden. Hebt u reserves aangelegd vóór 31 december 2025? Dan kunt u, afhankelijk van de situatie, nog kiezen tussen:

  • een uitkering na drie jaar aan 6,5% roerende voorheffing
  • een uitkering na vijf jaar aan 5% roerende voorheffing

Daardoor blijven historische reserves vaak fiscaal interessanter dan nieuwe reserves.
 

Wat betekent dit voor uw onderneming?

De verhoging lijkt op het eerste gezicht beperkt, maar kan bij grotere dividenduitkeringen toch een merkbaar verschil maken. Een dividend van 100.000 euro waarop vroeger 15% roerende voorheffing verschuldigd was, wordt nu belast aan 18%. Dat betekent 3.000 euro extra belasting.

Voor ondernemers die regelmatig winst uit hun vennootschap halen, wordt een doordachte dividendstrategie daarom nog belangrijker. Het blijft zinvol om na te gaan:

  • welk regime fiscaal het interessantst is
  • welke liquidatiereserves onder de overgangsregeling vallen
  • wanneer een dividenduitkering het best plaatsvindt
  • hoe dividenduitkeringen zich verhouden tot andere vormen van verloning

De juiste keuze hangt af van de leeftijd van de vennootschap, de beschikbare reserves, de toekomstige investeringsplannen en de persoonlijke financiële situatie van de aandeelhouder(s).

Tijdig plannen loont

Met de nieuwe regels verdwijnen de grote fiscale verschillen tussen VVPRbis en nieuwe liquidatiereserves grotendeels. Toch blijven beide systemen interessante mogelijkheden om winst fiscaal gunstig uit te keren, zeker in vergelijking met het standaardtarief van 30% roerende voorheffing.

Een periodieke evaluatie van uw dividendbeleid is daarom geen overbodige luxe. Zo vermijdt u onaangename fiscale verrassingen en zorgt u ervoor dat de winst van uw onderneming op de meest efficiënte manier bij de aandeelhouder(s) terechtkomt.

Wilt u weten welke aanpak in uw specifieke situatie het meest aangewezen is? Neem gerust contact op met ons kantoor. Onze adviseurs bekijken graag samen met u hoe u uw dividendstrategie het best afstemt op de nieuwe regels.